|
|
|
|
|
|
|
Regelement met betrekking tot de veiligheid |
|
|
|
|
|||
|
Huisregels ·
Paarden en pony’s mogen niet in de gangen gepoetst worden. ·
Een ieder dient zich in de accommodatie rustig te gedragen. In de
stalruimtes mag niet worden geschreeuwd of gerend. ·
Tijdens lessen en terwijl er anderszins ruiters rijden, dient rond en in
de nabijheid van de rijbanen rust te heersen. ·
Behoudens de ruiters die aan de lessen deelnemen mag niemand zich met de
gang van zaken in de lessen bemoeien. ·
Het is verboden om te roken in de stallen en stalgangen. ·
Aanwijzingen van het bestuur, de ondernemer of van medewerkers dienen
door iedereen te worden opgevolgd. Regels voor het gebruik van de
rijbanen ·
Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met
gesloten kinband en voorzien van de CE en EN-1384 markering te dragen. ·
Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen of jodphurs of
stevige schoenen met een gladde doorlopende zool en een hak, gecombineerd met
chaps. ·
Bij het rijden dienen de laarzen of schoenen ruim in de stijgbeugels te
zitten. ·
Bij het rijden is het niet toegestaan grote, uitstekende en/of
loshangende sieraden en losse kleding te dragen. ·
Het voornemen om in of uit de rijbaan te gaan moet luid worden
aangekondigd. ·
Op- en afstijgen dient gestructureerd en op de A-C lijn te geschieden,
waarbij de paarden met het hoofd in dezelfde richting worden opgesteld. ·
De ruiter moet bij leswisselingen naast het paard lopen. De nieuwe
ruiters en paarden komen eerst binnen in de rijbaan. ·
De combinatie die op de linkerhand rijdt heeft bij het elkaar passeren op
de hoefslag voorrang. ·
De combinatie die een snellere gang heeft en/of zijgangen rijdt heeft
altijd voorrang c.q. de hoefslag. ·
Combinaties moeten elkaar niet snijden bij het passeren. Geef de ruimte. ·
Wanneer er meerdere combinaties springen, dan dient het springen van een
hindernis te worden aangekondigd. ·
Te paard, op een rijtuig en in de rijbaan mag niet worden gerookt. ·
Alcoholgebruik vlak voor en tijdens het rijden is niet toegestaan. ·
Aanwijzingen van het bestuur, de ondernemer of van medewerkers dienen
door iedereen te worden opgevolgd. Regels voor het buiten rijden ·
Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met
gesloten kinband en voorzien van de CE en EN-1384 markering te dragen. ·
De instructeur besluit of de ruiters over voldoende rijkunst beschikken
om deel te nemen aan een buitenrit. Zij moeten worden begeleid door een
ervaren ruiter, die gekwalificeerd is om leiding te geven (of instructeur) en
die een geldig ruiterbewijs heeft. ·
De leider van de groep moet de ruiters van de groep voor vertrek
instrueren over de commando’s die onderweg worden gegeven en ook over
algemene gedragsregels bij val van een ruiter, op hol slaan en dergelijke. ·
De leider van de groep beschikt over een mobiele telefoon met het alarmnummer
en de nummers van de manege en de dierenarts. Schakel van het geluid van de
mobiele telefoon tijdens de rit uit, in verband met mogelijke schrikreacties
van het paard. ·
De leider van de groep heeft een reserve beugelriem en een scherp mes met
afgeschermd lemmet bij zich. ·
Een groep die naar buiten gaat, mag structureel niet groter zijn dan 12
ruiters in totaal. ·
Ruiters die op een manegepaard individueel naar buiten gaan, moeten in
het bezit zijn van een geldig ruiterbewijs. ·
De huisregels en rijbaanregels gelden ook voor het buiten rijden, voor
zover van toepassing. ·
Bij het rijden in het donker of schemer dient de ruiter de wettelijke
verplichte verlichting te voeren, volgens artikel 36 “Reglement
Verkeersregels en Verkeerstekens”. De ruiter moet rood licht naar
achteren stralen en wit of geel licht naar voren. ·
Het dragen van reflecterend materiaal aan paard en/of ruiter wordt sterk
aanbevolen. ·
Bij buitenritten met minder ervaren ruiters/kinderen is de aanwezigheid
van een ervaren ruiter gewenst, ter ondersteuning van de instructeur. |
|
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||